
Deze maand ben ik met een paar creatieve collega ZZP-ers (of WONDERnemers, zoals mijn collega ons noemt) te vinden op een plaatselijke buitenschoolse opvang. We doen een project waarbij we toewerken naar een voorstelling, en ik mag het beeldende stuk met de kinderen doen.
En opnieuw verrast het mij hoe spontaan de meeste kinderen tekenen, als je ze de kans geeft. Ze gáán gewoon, en maken er hun eigen ding van.
Hoe fijn is het om te kunnen tekenen als een kind? Maar ook, hoe lastig? Picasso wijdde er zijn leven aan en verzuchtte:
“Het kostte me een paar jaar om te kunnen schilderen als een Renaissance-schilder, maar een leven lang om te kunnen schilderen als een kind.”
Bij ons volwassenen komt al snel de innerlijke criticus de boel verpesten.
Een tip om hiermee om te gaan is: ga niet bedenken wat je wilt maken, maar neem een andere ingang. Maak vlekken op papier (bijvoorbeeld koffievlekken), kijk wat je erin ziet, en maak daar een tekening van. Zet je fantasie aan het werk!
Dit kun je ook doen door een krabbel op papier te maken en hier een tekening van te maken. Hoe dit werkt? Je ontdekt het in mijn (online) cursus Beeldend Dagboek, waar les 3 over tekenen gaat. Voor je het weet, krabbel je je hele dummy vol!
En oja, de tekeningen die je dan in je dagboek maakt, hoeven geen Picasso’s te worden 😉